Convenant RWS-Vught
Image

 

Algemene informatie

Integrale aanpak

Korte en Middellange termijn

Lange termijn

Verkeerskundige maatregelen

Geplande maatregelen vanaf 2008

Fiets- en voetgangerstunnel
Convenant RWS-Vught
politiek Politieke partijen
politiek Voorontwerp bestemmingsplan
politiek Rapport AGV - Movares Nederland
politiek Visie documentent N65
politiek Archief
 

Overeenkomst nr. NB 6161
Overeenkomst tussen de Staat en de gemeente Vught
met bijbehorende tekeningen en bijlagen inzake

  • het parallelwegenplan langs de rijksweg N65,
  • de optimalisering van drie kruispunten op de rijksweg N65 en
  • de aanleg van geluidwerende voorzieningen ten behoeve van de geluidssanering van woningen langs de rijksweg N65 in de gemeente Vught.

De ondergetekenden,
de Minister van Verkeer en Waterstaat, handelende als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de directeur van de Directie Waterbeheersing en Instandhouding Infrastructuur van Rijkswaterstaat Noord-Brabant van het Directoraat-Generaal van de Rijkswaterstaat, de heer drs. P. Donk, hierna genoemd "de Staat",

en

de gemeente Vught, vertegenwoordigd door de burgemeester, mevrouw drs. J. Baartmans-van den Boogaart, krachtens artikel 171 van de Gemeentewet die gemeente vertegenwoordigende en handelende ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente d.d. ………., hierna genoemd "de Gemeente",

overwegende dat:
− tussen de Staat en de Gemeente op 16 januari 1997 de overeenkomst nr. NB 3352 inzake de
aanleg van parallelwegen langs de rijksweg N65 is gesloten;
− tot op heden met de procedures die moeten leiden tot deze aanleg nog geen begin is gemaakt; − de Gemeente bereid is een investering van maximaal € 1,45 miljoen incl. B.T.W. (€ 1.218.500
excl. B.T.W) in de kosten van aanleg van de parallelwegen en kruispunten te doen;
− partijen tevens zijn overeengekomen bij de uitvoering van het parallelwegenplan de optimalisering van de kruispunten John F. Kennedylaan / Helvoirtseweg, Martinilaan en Boslaan / Vijverbosweg en de aanleg van geluidwerende voorzieningen ten behoeve van de geluidssanering van woningen langs de rijksweg N65 te betrekken;
− afspraken moeten worden gemaakt over de uitvoering en de financiering van vorengenoemde optimaliseringsmaatregelen en geluidwerende voorzieningen;
− vorengenoemde overeenkomst dient te worden geactualiseerd;
− een en ander dient te worden geregeld in een geheel nieuwe tussen de Staat en de Gemeente te sluiten overeenkomst onder intrekking van de overeenkomst nr. NB 3352;
− de Gemeente in het bestuurlijk overleg met Gedeputeerde Staten (Gedeputeerde Infrastructuur en Mobiliteit) de afspraak heeft gemaakt om in gezamenlijk verband onderzoek te verrichten naar de lange termijn van de N65;
− de Staat bereid is desgewenst inhoudelijk te adviseren ten aanzien van het voornoemd onderzoek vanuit haar kennis als wegbeheerder en als zodanig zitting te nemen in de stuurgroep; − de aanpassingen die in deze overeenkomst zijn besloten, niet vertragend zullen werken bij eventuele structurele aanpassingen op de langere termijn.
zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1 Bestemmingsplannen, vergunningen, tijdschema.
  1. De Gemeente zal, op basis van door de Staat kosteloos te verstrekken gegevens de totstandkoming van een bestemmingsplan bevorderen dat de aanleg van parallelwegen met bijkomende werken, mogelijk maakt. Onder de kosteloos door de Staat te verstrekken gegevens worden in ieder geval begrepen de diverse uit te voeren onderzoeken (stedenbouwkunde, geluid, luchtkwaliteit, archeologie, groen, bodemkwaliteit, water, verkeersgegevens, externe veiligheid, etc.). Bij het bestemmingsplan wordt een landschapsplan gevoegd.
  2. De Staat zal, op verzoek van de Gemeente, bij de door de Gemeente te geven voorlichting en inspraak over het bestemmingsplan behulpzaam zijn door het geven van toelichting op de aanleg van parallelwegen, inclusief onderdoorgang en de kruispuntoptimalisaties, en de daarmee verband houdende zaken, zoals grondaankopen en schadevergoedingsregelingen De Gemeente zal de nodige faciliteiten ter beschikking stellen ten behoeve van de door de Staat te geven voorlichting. De Staat zal, als de Gemeente daarom vraagt, de Gemeente adviseren bij het behandelen van de in het kader van de bestemmingsplanprocedure ingediende inspraakreacties, zienswijzen en bedenkingen.
  3. De Gemeente zal bevorderen dat aan de Staat tijdig de vergunningen en / of ontheffingen op aanvraag worden verleend die de Staat behoeft voor de aanleg van de parallelwegen met bijkomende werken.
  4. De Gemeente en de Staat zullen voor zover hun wettelijke bevoegdheden reiken de verbintenissen voortvloeiende uit deze overeenkomst nakomen.
Artikel 2. Door de Staat te maken werken.

1. In het kader van het uitvoeren van het parallelwegenplan zullen door de Staat in overleg met de Gemeente in hoofdzaak de volgende werken worden uitgevoerd:

a. De aanleg van parallelwegen aan de noordwestzijde van de rijksweg N65
b. De optimalisering van de kruispunten John F. Kennedylaan / Helvoirtseweg, Martinilaan en Boslaan / Vijverbosweg conform alternatief 3 uit de studie van Witteveen + Bos d.d. 7 november 2005.
c. De aanleg van de onderdoorgang Martinilaan voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). In concreto betreft het de volgende werken c.q. veranderingen aan bestaande wegen, een en ander zoals aangegeven op de bij deze overeenkomst behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen nummers NBIV 1993-10-181 tot en met 185.

  1. Het wijzigen van de aansluiting van de Zonneweilaan
    (km 4.780) op rijksweg N65.
  2. Het wijzigen van de aansluiting van het A. van Houwelingen-plantsoen (km 4.880) op rijksweg N65.
  3. Het maken van een parallelweg aan de noord-westzijde van rijksweg N65 tussen km 5,341 en km 5,623 met een verhardingsbreedte van 4.50 m.
  4. Het aanpassen van de aansluiting van de Visélaan (km 5.385) op de noordwestelijke parallelweg van rijksweg N65.
  5. Het maken van een parallelweg aan de noord-westzijde van rijksweg N65 tussen km 6.950 en de grens met de gemeente Haaren met een verhardingsbreedte van 4.50 m.
  6. Het aanpassen van de aansluiting van de Snippenlaan (km 5,895) op de noordwestelijke parallelweg van rijksweg N65.
  7. Het reconstrueren van de aansluiting van de Hoevensestraat (km 5,940) op rijksweg N65.
  8. Het maken van een parallelweg aan de zuid-oostzijde van rijksweg N65 tussen km 7,240 en de Scheutselaan (km 7,515) met een verhardingsbreedte van 3,50 m met een aansluitend fietspad naar het bestaande fietspad aan de zuidzijde van rijksweg N65 tussen km 6,930 en km 7,015.
  9. Het aanpassen van de aansluiting van de Kruishoeveweg (km 7.370) op de noordwestelijke parallelweg van rijksweg N65.
  10. Het aanpassen van de aansluiting van de Scheutselaan (km 7.515) op de zuidoostelijke parallelweg.
  11. Het wijzigen van de aansluiting van de Dijk (km 8.230) op rijksweg N65.

2. In navolging op het hier bovenstaande worden door de Staat de volgende werken gemaakt c.q. veranderingen aangebracht aan bestaande wegen, een en ander zoals aangegeven op de bij deze overeenkomst behorende en als zodanig gewaarmerkte tekeningen; VTU-VC-031 tot en met 34, allen met datum 31 oktober 2003.

-Tekening VTU-VC-031

  1. Oplossing kruispunt De Bréautélaan / Martinilaan: Witteveen + Bos, betreft Alternatief 3, situatie B. Zie ook rapportage Witteveen + Bos, “Uitwerken maatregelen N65 kruispunten in Vught”, Tekening nummer Rw1434.1.2003, d.d. 14-10-2005 (situatie B, kruising N65 – Martinilaan) en voor wat betreft de U-turn tekening nummer Rw1434.1.2004, d.d. 14-10-2005.
  2. Twee richtingen fietspad tussen Boslaan en nieuwe
    parallelweg N65 rechts km. 5.620 – 5.720 (richting Tilburg) aanbrengen.
  3. Martinilaan: aanpassen aansluiting onderdoorgang op het bestaand wegbeeld, door middel van aanbrengen van fietspad in twee richtingen aan de Noordoostzijde van de Martinilaan (gedeelte van huidige voetpad hiervoor verkleinen, +/-200 meter). Aan de zuidwestzijde van de Martinilaan het huidige fietspad verwijderen tot aan de fietsoversteek (verkeersdrempel, +/-200 meter).
  4. Voorstel voor aanbrengen van tweerichtingen fietspad N65 Links, km 5.2804.870, inclusief handhaven van huidig fietspad en voetpad (integreren).
  5. Verplaatsen van de bushalte voorbij ‘De 4 kolommen’ (richting Tilburg) naar vóór het kruispunt Boslaan / Vijverbosweg; dit in verband met het weglaten van het voetpad voor het restaurant ‘De 4 kolommen’ en het verleggen van het fietspad via de Snippenlaan. (Oplossing Witteveen+ Bos).

-Tekening VTU-VC-032

  1. Oplossing Kruispunt Boslaan / Vijverbosweg: Witteveen + Bos, betreft Alternatief 3, situatie B. Zie ook rapportage Witteveen + Bos, “Uitwerken maatregelen N65 kruispunten in Vught”, Tekening nummer Rw1434.1.2002, d.d. 14-10-2005 (Situatie B, kruising N65 – Boslaan/Vijverbosweg).
  2. Laten vervallen van de aansluiting vanuit Acacialaan op de parallelweg N65 (km 6.0).
  3. Laten vervallen van de Parallelweg tussen Cromvoirtsepad en Groenewoudsedreef (ca. km 6.190 – 6.850).
  4. Éénrichting fietspad aanpassen naar een tweerichtingen fietspad tussen (ca. km 6.190 – 6.90). Mogelijkheid voor verbreding van fietspad indien intensiteit groter wordt na ingebruikname P-wegenplan.
  5. Ontsluiting perceel Brabants Landschap op Groenewouddreef (t.h.v. km.6.6).

-Tekening VTU-VC-033

  1. Laten vervallen van het brandstofverkooppunt / inrichting parkeerplaats, nabij restaurant “In ’t Groenewoud”.
  2. Parallelweg N65 rechts (km 6.9 – 7.3) (richting Tilburg), verplaatsen naar N65 toe en aansluiten op bestaande T-aansluiting (inclusief VRI) op de N65 ter plaatse van km 6.950. Zie ook tekening “33a; Voorbeeld Oplossing T-aansluiting nabij ’t Groenewoud”.
  3. P-weg N65 links (richting Den Bosch) eerder laten stoppen, vanaf km 7.050 tot 7.240. Fietspad hier wel handhaven.
  4. Aanbrengen van verharding op zandpad t.h.v. km. 7.050 laten vervallen en zandpad afsluiten voor auto/vrachtverkeer, wel beschikbaar houden voor fietsers.
  5. Ontsluiting van dit zandpad voor auto/vrachtverkeer via de Sparrendealseweg (nu ook openbare weg Gemeente, halfverharding aanwezig (puinverharding).

-Tekening VTU-VC-034

  1. Uitvoeger N65 (km 8.350) komende vanuit de richting Tilburg
    handhaven. Invoeger vanuit de Dijk afsluiten voor verkeer vanaf de Dijk richting ‘s-Hertogenbosch. Zo ook de verharding in de middenberm verwijderen. Hierna deze aansluiting dusdanig inrichten dat er geen mogelijkheid is voor spookrijden.
    Eventuele mogelijkheden zijn:
    - laatste gedeelte van de Dijk inrichten als 1-richting verkeer. - oprijden van verkeer vanuit de Dijk naar de N65 verhin-deren middels het toepassen van een fysieke afscherming.
    -Tekening VTU-VC-033 => 33A Tekening betreft een voorbeeld oplossing van de aan te leggen T-aansluiting inclusief VRI. Ook is er een voorzet gedaan hoe deze nieuwe parallelweg aan te sluiten op het terrein van restaurant In ’t Groenewoud en op de Kruishoeveweg.
  2. Langs de in het voorgaande leden bedoelde wegen worden door de Staat beplantingen en verlichting aangelegd c.q. aangepast volgens nog vast te stellen plannen.
  3. De plannen zijn opgenomen in de fase waarin deze verkeerden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Bij de verdere uitwerking van deze plannen kunnen aanpassingen noodzakelijk zijn. Substantiële aanpassingen van de in dit artikel genoemde werken vinden plaats in overleg met de Gemeente en dienen door beide partijen schriftelijk te worden goedgekeurd. De goedkeuring zal zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, worden verleend.
Artikel 3. Aanvullende werken en geluidwerende voorzieningen.
  1. De Staat zal voor zijn rekening, uiterlijk 1 jaar na gereedkoming van de werkzaamheden genoemd onder artikel 2, een stille deklaag met een geluidsreductie van ten minste 3 dB(A) voor alle voertuigcategorieën op de rijksweg N65 vanaf km. 3.7 tot en met km.6.0 aanbrengen doch met uitzondering van de kruisingsvlakken, zoals aangegeven in de bijbehorende tekeningen. De Staat zal zich inspannen dit te realiseren voor het einde van 2009.
  2. Als wordt vastgesteld dat het parallelwegenplan en / of de optimalisering van de kruispunten leidt tot een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder, wordt de reconstructie en de sanering van de betreffende woningen uitgevoerd door de Staat in haar opdracht en voor haar risico conform het nog op te stellen saneringsplan en de geldende R/S-regeling.
  3. Als wordt vastgesteld dat het parallelwegenplan en / of de optimalisering van de kruispunten niet leidt tot een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder wordt de autonome sanering behoudens het navolgende uitgevoerd door de Gemeente in haar opdracht en voor haar risico en rekening conform hetgeen hierover in de Wet geluidhinder is bepaald inzake saneringsprojecten en conform het nog op te stellen saneringsplan.
  4. Als lid 3 van toepassing is zal de Staat op een daartoe strekkend verzoek van de Gemeente zorg dragen voor de aanleg van geluidwerende voorzieningen ten behoeve van het de geluidssanering van woningen voor zover het betreft geluidsschermen en wallen conform het nog op te stellen saneringsplan. Hiervoor zal een afzonderlijke overeenkomst worden gesloten.
Artikel 4. Termijnen.

1. Partijen komen overeen de volgende termijnen in acht te nemen.


a. Afronding bestemmingsplanprocedure op 1 juni 2009, behoudens een eventuele beroepsprocedure;
b. Afronding procedures vergunningen en ontheffingen op 1 juni 2010, zijnde 1 jaar na de door de Gemeente aan de Staat kenbaar te maken afronding van de bestemmingsplanprocedure , behoudens een eventuele beroepsprocedure;
c. Realisatie van de in artikel 2 genoemde werken begint binnen drie maanden na zowel het door de Gemeente aan de Staat kenbaar te maken onherroepelijk worden van de onder a genoemde bestemmingsplan als het onherroepelijk worden van alle benodigde vergunningen en ontheffingen. De Staat zal vervolgens de genoemde
werken binnen dertig maanden uitvoeren, één en ander behoudens vertragingen door grondaankoop en uitvoeringsgeschillen.

2. Aan de in dit artikel genoemde termijnen ligt een planning ten grondslag welke als bijlage aan deze overeenkomst is gehecht.

Artikel 5. Verkeersmaatregelen e.d.
  1. De Gemeente bevordert op aanvraag van de Staat de eventueel noodzakelijke onttrekking aan het openbaar verkeer van de door haar onderhouden wegen c.q. wegvakken, voor zover die ten gevolge van de aanleg van de werken met de daarbij behorende werken vervallen.
  2. Partijen nemen, ieder voor de onder hun beheer staande wegen c.q. wegvakken de voor de aanleg van de werken met de daarbij behorende werken noodzakelijke verkeersmaatregelen, waaronder die, welke een tijdelijke sluiting van wegen c.q. wegvakken voor het verkeer tot gevolg hebben.
  3. Tijdens de aanleg van de werken met de daarbij behorende werken draagt de Staat er in nauw overleg met de Gemeente zorg voor dat het verkeer zo veel mogelijk ongehinderd doorgang kan vinden.
Artikel 6. Schaderegelingen.

De planschade en de nadeelcompensatie zullen in voorkomende gevallen worden geregeld zoals aangegeven op de bij deze overeenkomst behorende en als zodanig gewaarmerkte regeling.

Artikel 7. Plannen, directie en opdrachtgeverschap.
  1. De plannen voor de werken, genoemd in artikel 2 worden opgesteld door de Staat in nauw overleg met de Gemeente.
  2. De uitvoering van de werken, genoemd in artikel 2 , geschiedt onder directie van de Staat.
  3. De Gemeente geeft de Staat opdracht tot het uitvoeren van de aanleg van de gedeeltelijk voor haar rekening komende parallelwegen en kruispunten, genoemd in artikel 2 , onder a en b .
  4. De Staat zal het bestek voor de in de artikelen 2 genoemde werken ter inlichting aan de Gemeente toezenden.
  5. De Gemeente zal schriftelijk een projectbegeleider, die deel uitmaakt van de te vormen projectorganisatie, aanstellen en hierover de Staat berichten.
  6. De taak van de projectorganisatie is het begeleiden van de in artikel 2 genoemde werken waaronder in ieder geval verstaan wordt:
      1. het (doen) naleven van de overeenkomst;
      2. het bewaken van de planning en het tijdig (doen) ingrijpen indien de beschreven planning niet gehaald gaat worden;
      3. het toetsen van de voorgenomen ontwikkeling aan de doelstellingen van deze overeenkomst.
Artikel 8. Beheersregeling.
  1. Partijen komen overeen, dat bij de regeling van het beheer en onderhoud als uitgangspunt geldt, dat het beheer en onderhoud van de rijksweg N65 bij de Staat en het beheer en onderhoud van de parallelwegen en aangrenzende gemeentewegen bij de Gemeente blijven berusten.
  2. Op basis van het in lid 1 genoemde uitgangspunt berusten onmiddellijk na voltooiing van het werk het beheer en onderhoud van de met een grijs raster in hoofdlijnen op de tekeningen nrs. NBTX 1991-1109 tot en met 1112 aangegeven weggedeelten met inbegrip van de daarlangs aanwezige beplantingen en watergangen en de daarop geplaatste verlichting en overig wegmeubilair bij de Gemeente.
  3. Voor de tunnel onder rijksweg N65 in km 5.290 zijn de eigendom, het beheer en het onderhoud als volgt geregeld.
      1. De eigendom berust bij de Staat.
      2. Het beheer en het onderhoud van de tunnel als constructie berusten bij de Staat.
      3. Het beheer en onderhoud van de in genoemde tunnel gelegen wegverharding met bijbehorende voorzieningen, waaronder de openbare verlichting, de pompinstallaties en de afvoerleidingen berusten bij de Gemeente. Wijziging en / of vernieuwing van de verharding, waarbij de constructie van het kunstwerk is betrokken, zal door de Staat, na overleg met en op kosten van de Gemeente, geschieden. Schade aan het wegdek veroorzaakt door de onderliggende betonconstructie (incl. stootplaten) zal door en op kosten van de Staat worden hersteld.
  4. Voor de verkeersregelinstallaties welke aangepast, dan wel nieuw geplaatst worden op de rijksweg N65 zal de eigendom, het beheer en het onderhoud na gereedkomen van de genoemde werken bij de Staat berusten. Wijziging van de installatie of in de verkeersregelingen, alsmede wijzigingen van de beschrijvingen of het bestek van de installatie geschiedt niet dan nadat daaromtrent tussen beide partijen overeenstemming is bereikt. Onder wijziging van de installatie wordt tevens verstaan het verwijderen van de installatie. De Staat voert de overeengekomen wijzigingen uit.
  5. De tussen de Staat en de aannemer overeengekomen onderhouds-en garantietermijnen volgens het terzake op te maken bestek zullen onverkort van kracht blijven.
  6. Na gereedkomen van de werken zullen de grenzen van beheer en onderhoud door partijen nauwkeurig op tekening worden vastgelegd. De Staat en de Gemeente verplichten zich op of nabij elkaars beheersgebieden geen beheersdaden te verrichten dan na onderling gepleegd overleg, waarbij met de belangen van de wederpartij rekening zal worden gehouden.
Artikel 9. Afmetingen e.d.

De in deze overeenkomst genoemde afmetingen en kilometerpunten zijn steeds ook indien zulks niet nadrukkelijk is vermeld, bij benadering aangegeven.

Artikel 10. Kostenverdeling.
  1. De kosten van de aanleg van de onderdoorgang Martinilaan, genoemd onder artikel 2 onder c, zijn voor rekening van de Staat.
  2. De Gemeente investeert een bedrag van maximaal €. 1,45 miljoen inclusief B.T.W. (€ 1.218.500 excl. B.T.W). in de aanleg van de in artikel 2, onder a en b genoemde parallelwegen en kruispunten op basis van een sobere en doelmatige uitvoering. Dit investeringsbedrag is exclusief de kosten voor de bestemmingsplanprocedure, welke voor rekening van de Gemeente komen. De Staat zal een bedrag van € 3.281.480 (inclusief B.T.W.) in de kosten van uitvoering bijdragen. Als de kosten van uitvoering het bedrag van
    € 4.731.480 (inclusief B.T.W.) overstijgen zullen partijen in overleg treden over het vervolg. Hierbij geldt als uitgangspunt dat zal worden gezocht naar mogelijkheden het werk zodanig te versoberen dat uitvoering binnen het bedrag van
    € 4.731.480 mogelijk wordt. Overschrijdingen als gevolg van sobere en doelmatige uitvoering komen voor rekening van de Staat. Voor de vraag of sprake is van een sobere en doelmatige uitvoering wordt ondermeer aansluiting gezocht bij het kwaliteitsniveau van het omliggende gebied. Bij overschrijdingen anders dan van een sobere en doelmatige uitvoering zijn de kosten voor de partij die deze over-schrijding heeft veroorzaakt.
  3. Het vergoeden van de kosten van het verleggen van kabels en leidingen zal door de Staat worden gedaan conform het geldende beleid van de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld in de Nadeelcompensatieregeling inzake het verleggen van kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (gepubliceerd in de Staatscourant van 23 december 1999,
    nr. 97) en de Overeenkomst inzake verleggen van kabels en leidingen buiten beheersgebied van 10 februari 1999.
  4. De bij de werken, genoemd onder artikel 2 vrijkomende materialen die niet opnieuw worden verwerkt worden eigendom van de Staat. Hiervoor is geen vergoeding verschuldigd.
  5. De Staat zal aan de Gemeente een eenmalige vergoeding betalen bestaande uit de gekapitaliseerde meerdere onderhoudskosten van de door de Gemeente in beheer en onderhoud te nemen werken. De hoogte van deze vergoeding zal bepaald worden op basis van de nu geldende regeling d.d. 24 augustus 1977 "Regeling overdracht rijkswegen”. De hoogte van de vergoeding zal in een afzonderlijk tussen de Staat en de Gemeente te sluiten overeenkomst worden geregeld
Artikel 11.Betaling.
  1. De Gemeente zal het bedrag als bedoeld in artikel 10, lid 2 na gunning in termijnen aan de Staat betalen tot het maximum van € 1,45 miljoen inclusief btw (zijnde een bedrag van € 1.218.500 exclusief btw) is bereikt. De betalingstermijnen van de Gemeente zullen gelijk zijn aan het betalingsritme aan de aannemer. Op de facturen welke verzonden worden door de Staat aan de gemeente, brengt de Staat btw in rekening omdat zij als opdrachtnemer van de gemeente fungeert voor dat gedeelte waar de gemeente wettelijk verantwoordelijk voor is. Het gaat om facturen inclusief btw (met daaraan toegevoegd een afschrift van de factuur/afrekening van de aannemer) tot een maximum van € 1,45 miljoen. De kosten worden verdeeld op basis van de vooraf afgesproken verhouding blijkend uit artikel 10, lid 2, zijnde: 30,6 % van de kosten (€ 1,45 miljoen) komen voor rekening van de Gemeente en 69,4 % van de kosten (€ 3.281.480) komen voor rekening van de Staat. Hierbij wordt er van uitgegaan dat de in rekening gebrachte bedragen overeenkomen met de in artikel 8, lid 1 genoemde verdeling van de opstallen (parallelwegen en kruispunten) waarvan na afronding van het parallelwegenplan het beheer en onderhoud bij de gemeente berust. Betaling van de Gemeente zal steeds plaatsvinden binnen 30 dagen nadat de Staat een factuur aan de Gemeente heeft verzonden. Bij het indienen van elke factuur door de Staat aan de Gemeente zal de factuur van de aannemer, waarop de BTW is vermeld, worden meegezonden.
  2. De Staat zal na realisering van de in artikel 2 genoemde werken een eindafrekening opmaken.
  3. De Staat zal op zijn facturen aangeven op welk rekeningnummer het gefactureerde bedrag moet worden overgemaakt. Indien de factuur niet in goede orde is ingekomen, wordt dit binnen acht dagen na bekendwording bij de Gemeente schriftelijk aan de Staat medegedeeld.
  4. Ten behoeve van een juiste beoordeling van de kosten van het uit te voeren werk verbindt de Staat zich, desgevraagd, de Gemeente inzage te geven in alle bewijsstukken welke op de facturen betrekking hebben.
Artikel 12. Grondaankoop.
  1. De Staat verwerft voor zijn rekening de gronden inclusief onteigening, benodigd voor de aanleg van de werken, genoemd onder artikel 2, met dien verstande dat de Gemeente de bij haar in eigendom zijnde gronden, benodigd voor de uitvoering van de werken van de Gemeente, tijdelijk zonder vergoeding aan de Staat ter beschikking zal stellen.
  2. De ondergrond van de werken, bedoeld onder artikel 2 voor zover vallende buiten de nader overeen te komen grenzen van het rijkseigendom, wordt onder voorbehoud van goedkeuring door of vanwege de minister van Financiën, voorafgaand aan de uitvoering van enige werkzaamheden daarop voor in totaal € 1 door de Staat in eigendom aan de Gemeente overgedragen. Deze eigendomsoverdracht zal van de zijde van de Staat door de Regionale Directie Domeinen Zuid te Breda worden verzorgd.
  3. De ondergrond van de gemeentewegen die komt te liggen binnen de in het kader van de grondaankoop vast te stellen toekomstige grenzen van rijkseigendom, wordt voorafgaand aan de uitvoering van enige werkzaamheden daarop voor in totaal € 1 door de Gemeente in eigendom aan de Staat overgedragen.
  4. De kosten van de grondoverdracht zijn voor rekening van de Staat.
Artikel 13. Aansprakelijkheid.

1. De Staat vrijwaart de Gemeente voor schade als gevolg van de uitvoering van deze overeenkomst behoudens voor het geval de schade is te wijten aan opzet of grove schuld aan de zijde van de Gemeente, dan wel aan een oorzaak welke krachtens de wet voor rekening van de Gemeente dient te komen De Staat vrijwaart de Gemeente voor aanspraken van derden jegens de Gemeente als gevolg van de uitvoering van deze overeenkomst behoudens opzet of grove schuld aan de zijde van de Gemeente, dan wel aan een oorzaak welke krachtens de wet voor rekening van de Gemeente dient te komen.

Artikel 14. Waterhuishouding.

De Staat zal de Gemeente op de hoogte houden van beslissingen of handelingen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding van de Gemeente.

Artikel 15. Onvoorziene omstandigheden
  1. Onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat de ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden verlangd, kunnen voor de partij die zich op die omstandigheden beroept aanleiding geven met elkaar in overleg te treden.
  2. Partijen onderkennen de mogelijkheid dat zich omstandigheden voordoen die weliswaar de essentialia van de overeenkomst betreffen en uit dien hoofde tot ontbinding van de overeenkomst zouden kunnen leiden, doch die partijen ertoe nopen ter uitvoering van deze overeenkomst nadere afspraken met elkaar te maken. Zij verbinden zich alsdan op constructieve wijze met elkaar te overleggen en voorts al het mogelijke te doen ter verzekering van de correcte nakoming van deze overeenkomst.
  3. Indien het in het tweede lid bedoelde overleg tot overeenstemming leidt zal herziening, wijziging of aanvulling van de overeenkomst worden vastgelegd in een nader te sluiten wijzigings-c.q. aanvullende overeenkomst.
Artikel 16 Ontbindende voorwaarden
  1. Elk der partijen is gerechtigd deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk buiten rechte te ontbinden, althans voor zover deze overeenkomst of een gedeelte daarvan nog niet is uitgevoerd:
    a. één der partijen één of meerdere van de in artikel 4 lid 1 genoemde termijnen als gevolg van het niet tijdig opstarten en het niet voortvarend voortzetten of afronden van het vervolgtraject van procedures niet haalt dan wel de werken niet tijdig worden gerealiseerd;
    b. besluiten of andere rechtshandelingen die op grond van wettelijke regelingen vereist zijn om te kunnen overgaan tot realisering van de in de artikel 2 genoemde werken niet tot stand komen dan wel niet onherroepelijk worden dan wel de inhoud daarvan aan de nakoming van de in deze overeenkomst aangegane verplichtingen geheel of gedeeltelijk in de weg staat.
    c. als de Staat niet binnen de in de planning genoemde termijn kan beschikken over voor het project benodigde gronden van derden en voor zover van toepassing doorlevering van de gronden aan de Gemeente.
  2. Alvorens een der partijen met een beroep op dit artikel verzoekt om ontbinding van de overeenkomst, treden partijen met elkaar in overleg om na te gaan of uit een oogpunt van redelijkheid en billijkheid een wijziging van de gestelde termijnen noodzakelijk is.
  3. Bij het ontbinden van deze overeenkomst zullen de kosten die partijen hebben gemaakt, ten laste komen van die partij die deze heeft gemaakt. Partijen zijn over en weer geen schadevergoeding, hoe ook genaamd, verschuldigd.
Artikel 17. Vervallen overeenkomst.

Bij ondertekening van deze overeenkomst komt de tussen de Staat en de Gemeente gesloten overeenkomst nr. NB 3352 te vervallen.

Artikel 18.Geschillen.
  1. Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing.
  2. Alle geschillen welke mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst zullen worden beslecht door de bevoegde burgerlijke rechter te ’s-Gravenhage.
  3. Er is sprake van een geschil zodra één van de contractpartijen dit schriftelijk aan de andere partij meldt. Partijen dienen hierop met elkaar in overleg te treden teneinde te bezien of in der minne een oplossing voor dit geschil kan worden bereikt.
Artikel 19. Bijlagen
  1. Alle aan deze overeenkomst gehechte en gewaarmerkte bijlagen, alsmede die nadien worden aangehecht en gewaarmerkt, vormen een integraal onderdeel van deze overeenkomst. Indien er sprake is van tegenstrijdigheid tussen de overeenkomst en de bijlagen, prevaleert deze overeenkomst boven de bijlagen, tenzij sprake is van bijlagen die zijn aangehecht na ondertekening van deze overeenkomst en voortvloeien uit het bepaalde in 2 lid 4 (aanpassing omschrijving werken) en artikel 15 (onvoorziene omstandigheden) van deze overeenkomst. Indien laatstgenoemde aanvullingen afwijken van deze overeenkomst prevaleren de bijlagen.
    1. De overeenkomst bevat de volgende bijlagen:
      1. Tekeningen met kenmerken ……… (laatste versies)
      2. Tekening XXX behorende bij (of gebaseerd op) alternatief 3 uit de studie van Witteveen
        1. + Bos d.d. ______________;
      3. Planning;
      4. INDIEN AANWEZIG: TEKENING WAAROP IS AANGEGEVEN WELKE ONDERDELEN/BEHEER NAAR DE GEMEENTE GAAN;
      5. Regeling ten behoeve van overdrachten van het beheer en onderhoud van niet op het Rijkswegenplan voorkomende Rijkswegen aan andere publiekrechtelijke lichamen d.d. 24 augustus 1977 (Regeling overdracht rijkswegen);
      6. Planschade en nadeelcompensatie.

       

    Aldus opgemaakt en in tweevoud ondertekend,
    te 's-Hertogenbosch, ............................ 2007
    te Vught ..………………… 2007


De Staat, De Gemeente,
Dhr. drs. P. Donk mw. drs. J. Baartmans-van den Boogaart
Bijlage PLANSCHADE EN NADEELCOMPENSATIE.

1.1. De Gemeente behandelt het verzoek om planschadevergoeding volgens de
Procedureverordening planschadevergoeding Vught 1994, vastgesteld bij besluit van de Raad
d.d. 28 april 1994. De Gemeente zendt van elk ingediend planschadeverzoek zo spoedig mogelijk een afschrift aan de Staat.

1.2. De Gemeente stelt de Staat in de gelegenheid zijn standpunt met betrekking tot het verzoek uiteen te zetten conform artikel 4, lid 1 van de planschadeprocedureverordening. De Gemeente nodigt de Staat daartoe uit op een ten overstaan van de adviseur (SAOZ) te beleggen hoorzitting.

1.3. In aanvulling op artikel 5 van de planschadeprocedureverordening verzoekt de Gemeente de adviseur om, alvorens een definitief advies uit te brengen, een conceptadvies op te maken. De Gemeente zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van dit conceptadvies aan de verzoeker en de Staat en stelt hen in de gelegenheid om binnen zes weken na toezending van het advies, hun zienswijze met betrekking tot dit conceptadvies schriftelijk kenbaar te maken.

1.4. De Gemeente zendt een afschrift van het definitieve advies aan de Staat en verzoeker. De Gemeente stelt de Staat in de gelegenheid kenbaar te maken of hij zich met het advies kan verenigen in die zin dat, indien het advies strekt tot betaling van een geldsom aan belanghebbende, de Staat bereid is deze geldsom voor zijn rekening te nemen. Indien de Staat zich met het advies niet kan verenigen, dient de Staat in dat geval gemotiveerd aan te geven welk bedrag wel voor Rijksrekening genomen zal worden. De Staat deelt, voorafgaande aan de beslissing op het verzoek door de gemeenteraad, dit standpunt met betrekking tot het definitieve advies aan de Gemeente mede binnen 6 weken na toezending van het eindadvies aan de Staat.

1.5. De Staat vergoedt de Gemeente de planschadekosten ten aanzien waarvan de Staat zich bereid heeft verklaard om deze voor zijn rekening te nemen. De Gemeente zendt de Staat zo spoedig mogelijk na het nemen van de beslissing op het planschadeverzoek een afschrift van deze beslissing, vergezeld van een declaratie voor het hierboven genoemde bedrag naar de Staat.

1.6. Indien de raad een hoger bedrag aan planschadevergoeding toekent dan voor welk bedrag de Staat zich bereid heeft verklaard de vergoeding voor zijn rekening te nemen, en hij van oordeel is, dat de Staat dit hogere bedrag, althans een hoger bedrag voor zijn rekening zou moeten nemen, dan treden de Gemeente en de Staat in overleg, teneinde te bezien of in der minne tot een oplossing van het geschil kan worden gekomen. Indien partijen niet binnen drie maanden na verzending van de uitnodiging voor het overleg door de Gemeente tot een oplossing zijn gekomen, staat het de Gemeente vrij het geschil ter beslechting aan de burgerlijke rechter voor te leggen.

1.7. De Gemeente zendt een afschrift van een bezwaarschrift, gericht tegen de door de gemeenteraad genomen beslissing op het verzoek om planschade, onmiddellijk aan de Staat. De Staat wordt in de bezwaarschriftprocedure aangemerkt als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De Staat deelt, voorafgaande aan de beslissing op het bezwaarschrift door de gemeenteraad, zijn standpunt met betrekking tot het bezwaarschrift aan de Gemeente mede.

1.8. De Staat vergoedt de Gemeente de planschadekosten tot maximaal het bedrag ten aanzien waarvan de Staat zich, in bezwaar, bereid heeft verklaard om deze voor zijn rekening te nemen.

1.9 Indien de raad in bezwaar een bedrag aan planschadevergoeding toekent dat hoger is dan het bedrag waarvan de Staat zich, in bezwaar als bedoeld in lid 7 , bereid heeft verklaard om deze voor zijn rekening te nemen, en de Gemeente van oordeel is, dat de Staat dit hogere bedrag, althans een hoger bedrag voor zijn rekening zou moeten nemen, dan treden de Gemeente en de Staat in overleg, teneinde te bezien of in der minne tot een oplossing van het geschil kan worden gekomen. Indien partijen niet binnen drie maanden na verzending van de uitnodiging voor het overleg door de Gemeente tot een oplossing zijn gekomen, staat het de Gemeente
vrij het geschil ter beslechting aan de burgerlijke rechter voor te leggen.

1.10. De Gemeente zendt een afschrift van een in eerste aanleg gedane uitspraak van de administratieve rechter betreffende een beslissing van de Gemeente, genomen naar aanleiding van een bezwaarschrift tegen een besluit op een verzoek om planschadevergoeding, onmiddellijk aan de Staat met het verzoek om binnen drie weken na verzending aan de Gemeente kenbaar te maken, of de Staat van oordeel is dat tegen die uitspraak hoger beroep dient te worden ingesteld. Indien de Gemeente vervolgens, in afwijking van het door de Staat in deze medegedeelde standpunt, nalaat hoger beroep in te stellen, leidt het onherroepelijk worden van een uitspraak van de administratieve rechter niet tot een verplichting van de Staat om het hogere bedrag aan schadevergoeding voor zijn rekening te nemen, een en ander zoals aangegeven in lid 12. Indien de Gemeente van mening is, dat de Staat alsnog dit hogere bedrag moet vergoeden, zullen de Gemeente en de Staat in overleg treden op de in lid 9 omschreven wijze en zal het de Gemeente vrijstaan om, wanneer partijen niet binnen drie maanden na verzending van de uitnodiging van het overleg tot een oplossing zijn gekomen, het geschil ter beslechting aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Indien de Gemeente, in afwijking van het door de Staat in deze medegedeelde standpunt, wel hoger beroep instelt, leidt het onherroepelijk worden van een uitspraak van de administratieve rechter evenmin tot een verplichting van de Staat om het hogere bedrag aan schadevergoeding voor zijn rekening te nemen, een en ander zoals aangegeven in lid 12. het bepaalde in artikel 1.9 van overeenkomstige toepassing. In dat geval vergoedt de Staat analoog aan het bepaalde in lid 8 de planschadekosten tot maximaal het bedrag, ten aanzien waarvan de Staat zich bereid heeft verklaard om deze voor zijn rekening te nemen.

1.11. De Gemeente kan de Staat verzoeken een deskundige aan te wijzen, die op kosten van de Staat als gemachtigde van de Gemeente in de planschadeprocedure, al dan niet in rechte, zal optreden.

1.12. Indien een onherroepelijke uitspraak van de administratieve rechter betreffende de beslissing op een verzoek om planschadevergoeding de Gemeente dwingt tot het toekennen van een hoger bedrag aan schadevergoeding dan het bedrag ten aanzien waarvan de Staat zich bereid heeft verklaard om deze voor zijn rekening te nemen, vergoedt de Staat de geldsom die volgens die uitspraak aan belanghebbende dient te worden toegekend.

  1. De redelijke kosten, gepaard gaande met de inschakeling van de adviseur, worden door de Staat aan de Gemeente vergoed, nadat de Gemeente afschriften van gespecificeerde declaraties van de adviseur aan de Staat heeft toegezonden.
  2. De Staat zal verzoeken om vergoeding van schade ten gevolge van rechtmatig overheidshandelen, niet zijnde planschade, die derden stellen te lijden in verband met de uitvoering van de rijkswerken, behandelen conform het geldende beleid van de Minister van Verkeer en Waterstaat, vastgesteld in de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat (Staatscourant d.d. 9 september 1999, nr. 172).

2.2 De Gemeente zal eventuele daartoe strekkende verzoeken, die bij haar zijn ingediend, op grond van het bepaalde in artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht zo spoedig mogelijk ter behandeling doorzenden aan de Staat.